Peak Fietskrat

Door letatcest op maandag 26 mei 2014 13:17 - Reacties (25)
Categorieën: klimaat, observaties, technologie, Views: 7.885

Of de fixie als openbareruimteredder

Spatbordloos en soms zelfs remloos (dan zijn het ineens doortrappers of ‘fixies’) racen hipster-achtige typetjes samen met de kidults (oudere-jongere variant van de hipster) met net iets te hoge snelheid door de stad. Op hun rug een tas van één of ander in vergetelheid geraakt rugzakmerk.

Daar word ik blij van. Erg blij zelfs. Al zorgt de hipster-achtige vaak vanuit een verkeerde nostalgie voor de terugkomst van onzinnige gebruiksvoorwerpen, dit fietskratloze vervoermiddel is daar zeker niet één van.

Het fietskrat, ruimtevreter in elk fietsenrek (‘Dan moeten ze maar grotere fietsenrekken bouwen!’ ‘Van welke ruimte,’ vraag ik dan). Jaren terug ingevoerd door de voorloper van de hipster. Heel lang heeft het geduurd, maar ineens, zo’n zeven jaar geleden, werd het ding normaler. Nu is er rond veel openbare gelegenheden geen enkel plekje meer te vinden waar die zware krengen niet om de schaarse ruimte vechten.
http://tweakers.net/ext/f/3HK6mRgiyS4MVcx0UpM9hVwt/medium.jpg
Maar er gloort hoop! Peak Fietskrat is al bijna in zicht! De voorlopers, de stoere jonge mensen uit het verleden die ooit het fietskrat introduceerden, zijn niet meer. Hun vervanging: magere, met allerlei textielsoorten behangen jong-volwassenen die zo’n belemmering in de bewegingsvrijheid met geen mogelijkheid kunnen verdragen.

Zoals ik net al zei, peak fietskrat zal wellicht nog even op zich laten wachten, al kan het ineens snel gaan met het verdwijnen van een trend.

Waarom denk ik dat we tegen het hoogtepunt aanlopen? Die verklaring is vrij simpel: toen de eerste racefietsframes al meer dan negen jaar geleden omgebouwd werden tot fixies, ofwel fietsen-zonder-rem-maar-met-vastzittend-tandwiel-waardoor-je-anders-moet-leren-remmen, waren het dingen voor een soort van fiets-elite, mensen die heel graag gek doen met hun tweewieler.

Nu enkele jaren verder zien we al een tijd mensen nep-fixies bouwen of ze zelfs gewoon kopen. Het zal niet lang meer duren of een minder sportieve variant met lichte spatborden en wellicht iets minder ver voorovergebogen zit zal het daglicht zien en de ‘normalere’ stadsfietser wil ook zo’n ding.

Dus, rugzak/tasmakers: zoek uw oude ontwerpen maar weer op, maak ze desnoods iets ergonomischer dan 25 jaar geleden en voor je het weet is er weer ruimte in het fietsenrek!

EDIT: voor alle duidelijkheid, ik ben voor de fiets en (tenzij echt noodzakelijk) tegen alles waar een verbrandingsmotor in zit* (zeker in de stad). Maar om de stad nog leefbaarder te maken, is volgens mij ook een soort van sociaal gedrag tussen fietsers nodig. Dit verhaaltje is echter bedoeld als een soort van satire; een grapje. Wellicht zelfs een soort van spiegel.

* en ja, uiteraard is me bekend dat de wereld vooralsnog draait op koolstofhoudende brandstoffen en dat het helaas een utopie is dat we daar snel vanaf zijn, althans zoals de *kuch* wereldleiding zich nu opstelt

Barista

Door letatcest op dinsdag 20 mei 2014 19:47 - Reacties (17)
Categorie: observaties, Views: 5.979

Knotje, tattoos, bril met opvallend montuur, zorgvuldig gestylde gezichtsbeharing. Roestvrijstalen opgietkan-met-zwanenhals in de hand. Voor zich een potje of kopje met daaronder een weegschaaltje. Het gewicht is goed, de beringde linkerhand verplaatst het kopje met porseleinen filterhouder van de weegschaal naar de toontbank. Het weegschaaltje kan het gewicht van het water niet aan en is ook niet waterdicht. Dat is niet zo handig, maar hij is heel precies. Dat is heel belangrijk. Een vloeiende beweging. Het water glijdt in een mooie, strakke straal uit de tuit van de kan. Niet meer dan 96 graden, liefst rond de negentig en vooral geen geklater. Uitschenken met een waterkoker is uit den boze; dan stort het water zich er met veel te veel geweld in. De vers gemalen koffie moet mooi ronddolen in het filter. Daarna roeren met een houten staaf of spatel. Even. Rustig. Wachten. Weer wat water opschenken en weer even wachten. Daarna de kopjes met niet te dikke rand, anders smaakt het niet. Ruik dat aroma, proef die lichte zuren en mooie bitters.

Twee schepjes
Tattooloos, knotjesloos en speciale-schenkkanloos stroomt het net van de kook zijnde water in het papieren filter, in vorm gehouden door slechts een bruin aangeslagen – maar verder niet vieze – plastic koffiefilterhouder. Twee schepjes voor mij. Dan is het goed. Sommigen willen een half schepje meer of minder. Prima, kost niet veel moeite. Misschien voor de efficiency nog een keer een tweede filterhoudertje erbij kopen. Kan ik in één ruk doorgieten, alsof het naast elkaar staande shot-glaasjes zijn.

Van een kwalitatief goede koffie kan ik al jaren genieten. Wat voor vorm de koffie ook heeft. Een French Press of een perculator. Een hydrocompresso of een gewoon filter. Op sommige plekken presteren ze het zelfs goede koffie te zetten in van die grote koffiezetters-met-filter. Het luistert nauw. Te veel koffie, dan wordt het bitter en ondrinkbaar sterk. Te weinig? Tja, dan is het niets.

Gewoon gemalen koffie in een kopje gooien en dan heet water erbij. Even wachten en niet de laatste slok te actief nemen. Een potje op een kopje met wat licht-gezoete koffie zoals in veel landen in het Verre Oosten. Prima te drinken. Of is dat net zoiets als dat die goedkope wijn in Frankrijk echt heerlijk was maar thuis toch niet zo?

Barman
Het is een vak, goede koffie. Maar waarom gebruiken we daar het italiaanse woord voor barman voor? Veel koffie in Italië is trouwens helemaal niet te drinken, zeker niet die van dat lieve oude baasje in dat kleine barretje in het dito dorpje met z’n veel te hete kopjes en verbrande koffie. Het enige wat die koffie nog drinkbaar maakt, is uiteindelijk de scheut grappa die hij er voor tien luttele centen extra nog bij gooit..

Een barman (m/v) is iemand die dranken bereidt, althans volgens onze woordenboeken. Een barista is iemand die barman is, althans volgens verschillende geraadpleegde woordenboeken Italiaans/Nederlands. Het is bijna beledigend dat iemand die zich in het noorden van Europa en in Noord-Amerika barista noemt, zich alleen mag bezighouden met ‘de kunst van koffie’. En eigenlijk tegenwoordig vaker met de kunst van het maken van een soort warme chocolademelk met koffiesmaak of zoet ijsje wat niet veel meer met koffie te maken heeft.

Nee, geef mij in Nederland maar een barman of -vrouw, in Engeland een bartender, in Italië een barista, in Duitsland een Barmann, in Spanje een camarero en op Mars iets heel anders. Als ie maar goede koffie maakt, een goed pilsje kan tappen en weet hoe glazen te poleren.